Opties
Huidtype en laser
Bij laserverwijdering telt niet alleen de kleur van de inkt, maar ook die van de huid. Melanine neemt namelijk hetzelfde licht op als het pigment.
De indeling van Fitzpatrick
| Type | Kenmerken | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| I | Zeer licht, verbrandt altijd | Weinig concurrentie van melanine |
| II | Licht, verbrandt snel | Ruime marge in instellingen |
| III | Licht getint, verbrandt soms | Iets voorzichtiger instellen |
| IV | Getint, verbrandt zelden | Langere intervallen, lagere energie |
| V | Donker getint | Risico op hypopigmentatie, ervaring vereist |
| VI | Donkerbruin tot zwart | Behoedzame opbouw, testplek gebruikelijk |
Waarom donkere huid meer geduld vraagt
De laser richt zich op pigment, en melanine in de huid is ook pigment. Bij huidtype vier tot zes neemt de huid zelf een deel van de energie op, wat een lichtere of juist donkerdere plek kan geven. Meestal herstelt dat, maar bij te agressieve instellingen kan het blijven. De aanpak is daarom anders: lagere energie per puls, meer sessies, ruimere intervallen en vaak eerst een testplekje.
Zon en bruining
Een gebruinde huid bevat tijdelijk meer melanine en gedraagt zich onder de laser als een donkerder type. Vandaar de regel van drie weken geen zonnebank of felle zon voor en na een sessie, en twee weken geen zelfbruinende creme. Een kliniek die daar niet naar vraagt, slaat een stap over.