Spijt
De plek op het lichaam
Dezelfde tattoo geeft op de bovenarm nauwelijks reactie en op de hals dagelijks. Plaatsing bepaalt hoe zichtbaar het werk is, en ook hoe snel het weer weg kan.
Zichtbaarheid
Hals, handen, vingers en gezicht zijn niet af te dekken met kleding. Wie in een omgeving werkt waar dat vragen oproept, merkt dat elke dag opnieuw. Dat maakt de plek een zwaardere reden voor spijt dan het ontwerp zelf: het werk kan mooi zijn en toch in de weg zitten.
Doorbloeding en afvoer
Bij laserverwijdering doet het lichaam het opruimwerk. De kapotgeschoten pigmentdeeltjes worden via het lymfestelsel afgevoerd, en dat gaat sneller op plekken met goede doorbloeding. De romp, bovenarm en dij lopen daarin voor. Enkels, voeten, handen en vingers blijven achter, waardoor een traject daar langer duurt.
| Plek | Zichtbaarheid | Afvoer van pigment |
|---|---|---|
| Bovenarm, schouder, rug | Af te dekken | Goed |
| Onderarm, kuit | Deels af te dekken | Redelijk |
| Hals, sleutelbeen | Zichtbaar | Redelijk |
| Handen en vingers | Altijd zichtbaar | Traag |
| Enkels en voeten | Deels zichtbaar | Traag |
Pijnbeleving per plek
Waar de huid dun is en het bot dichtbij ligt, komt de laserpuls harder aan. Ribben, enkels, vingers en de binnenkant van de arm staan bekend als gevoelig; schouder, dij en kuit vallen mee. Dezelfde volgorde geldt trouwens voor het zetten van een tattoo. Meer daarover bij hoe laseren werkt.
Vervagen als tussenstap
Op zichtbare plekken kiezen mensen vaker voor volledig weghalen dan voor een cover-up: nieuw werk op de hand of hals blijft immers even zichtbaar. Op afdekbare plekken is de cover-up juist populair, omdat het resultaat dan vooral thuis en op vakantie meetelt.