Opties
Pico- en nanolaser
Het verschil tussen een nanolaser en een picolaser zit in de duur van de puls. Die duur bepaalt of pigment vooral door warmte of vooral door druk uiteenvalt.
Twee soorten pulsen
| Nanolaser | Picolaser | |
|---|---|---|
| Pulsduur | Miljardsten van een seconde | Biljoensten van een seconde |
| Werking | Vooral thermisch | Vooral mechanisch |
| Deeltjes na de puls | Klein | Kleiner, makkelijker af te voeren |
| Warmte in de huid | Meer | Minder |
| Sterk bij | Zwart en donkerblauw, dieper pigment | Lastige kleuren en restanten |
Waarom beide naast elkaar staan
Een picolaser is niet in alle gevallen de betere keuze. Diep en zwaar zwart werk reageert vaak prima op een nanolaser, terwijl hardnekkige kleurresten en fijn pigment beter op een picolaser reageren. Klinieken met beide typen kunnen per sessie kiezen; met een enkel apparaat moet alles daarmee opgelost worden.
Het apparaat is een deel van de uitkomst, niet de hele uitkomst. Instellingen en ervaring wegen minstens even zwaar.
Wat te vragen bij een vergelijking
- Welke golflengtes zijn beschikbaar, en dus welke kleuren kunnen aangepakt worden.
- Hoeveel ervaring is er met dit huidtype. Zie huidtype en laser.
- Wordt er met een testplekje gewerkt bij twijfelachtige pigmenten.
De klinieken achter deze site werken met een nanolaser en een picolaser, allebei CE-gecertificeerd voor medisch gebruik.